West Highland Way

Alweer een maand geleden zijn mijn broertje en ik uit Schotland terug gekomen, waar we de West Highland Way hebben gelopen en nu zal ik er ook maar wat over schrijven.

Het begin van de West Highland WayWe kwamen aan op het vliegveld van Edinburgh en van daaruit zijn we met de trein naar Glasgow gegaan. Daar hebben we een nachtje in een van de jeugdherbergen doorgebracht. De volgende ochtend gingen we vroeg richting Milngavie (wat trouwens uitgesproken wordt als mul-guy), het begin van de WHW.

Het duurde niet lang en we liepen door het schotse platteland, het was prachtig weer en het lopen ging gemakkelijk. Helaas sloeg het weer op het eind van de dag om en Rudy begon behoorlijk last van z’n voeten te krijgen. Dus bij de eerste camping die we tegen kwamen zijn we gebleven, slechts een paar kilometer voor Drymen.

Toen we wakker werden bekeken we de route en zagen dat Conic Hill aan de beurt was, de eerste echte klim, ten minste, voor ons rasechte nederlanders wel. Boven op Conic HillRudy had z’n twijfels of hij het ging redden en de kaart gaf ook een alternatieve route. We volgden echter de markering en die doet niet aan alternatieven, dus gingen we naar boven. Het was toch behoorlijk wennen om zo’n berg op te komen, maar eenmaal boven was het uitzicht echt geweldig en de klim zeker waard!

Na de afdaling liepen we vrijwel meteen Balmaha in, waar we in de inn onszelf trakteerden op een lekker kopje thee. Daarna liepen we verder naar de camping bij Milarrochy, waar we belaagd werden door de midges, hordes irritante kleine mugjes. Rudy kocht daarom maar een hoofdnet, ik was natuurlijk te eigenwijs daarvoor.

Langs Loch LomondNa Milarrochy kwam een mooi stuk langs Loch Lomond en dwars over wat schiereilandjes. Deze dag gingen we niet zo ver lopen en waren we al vroeg bij de jeugdherberg in Rowardennan, te vroeg zelfs, want ze gingen pas om vier uur open. Dat werd dus een lange en zeer zware wacht in de pub een kilometer terug, waar ze gelukkig heel erg lekkere hamburgers hadden. Rustig dachten we daar na over of we de Ben Lomond nou wel of niet op zouden gaan en besloten dat uiteindelijk maar de volgende dag, onze eerste rustdag, te gaan besluiten, uiteindelijk hebben we dat maar niet gedaan.

Na de rustdag, Rudy’s voeten waren weer een beetje bijgekomen en mijn knie, die tijdens de rustdag wat begon op te spelen, het ook weer normaal deed gingen we verder langs Loch Lomond. Sneller dan verwacht kwamen we bij Hotel Inversnaid, waar we toen maar een extra lange pauze inlasten. Het 'ruige' pad langs Loch LomondNadat we daar gelunchd hadden kwam, naar mijn mening, het mooiste stuk van de hele route: Een relatief ruig pad langs Loch Lomond door prachtige natuur. Door velen wordt deze etappe als de moeilijkste ervaren, maar ik vond het erg meevallen, daar moet ik wel bij zeggen dat we prachtig weer hadden.

Omdat het lopen zo lekker ging besloten we om door te gaan, voorbij Loch Lomond en te stoppen bij de camping bij Beinglass. Daar bleken we toch te hard gelopen te hebben en Rudy had weer behoorlijk last van blaren. Dat werd dus een tweede rustdag, helemaal geen ramp, want de faciliteiten waren hier goed, het meisje achter de bar erg gezellig en de schotten voor de bar ook.

Tijdens de rustdag kwamen we ook in gesprek met een gezellig duits stel, Jörg en Miriam, en later ook met een engels/schots stel, Ian en Janet. Jörg en Miriam zagen het ook wel zitten om een van Schotland’s bekendste en oudste inns te bezoeken, de Drovers Inn, deze avond was daar live muziek. Dat zijn pas spareribs!Hier kreeg ik de grootste spareribs ooit voorgeschoteld! Dus mocht je er ooit nog komen, bestel dan alleen de full pack of ribs als je echt honger hebt :-)! De live muziek was leuk en voldaan keerden we terug naar de camping, alwaar ik nog een biertje dronk met de drie schotten van de vorige dag.

De volgende etappe zou ons over de helft van de WHW leiden. Onder een prachtige blauwe hemel door liepen we verder richting Crianlarich. De route liep niet door deze stad, maar boog er vlak voor richting Tyndrum. Een groot deel was redelijk saai, op een paar honderd meter afstand lag steeds de weg. Tot na Crianlarich, toen doken we de bossen in. Onderweg kwam we Jörg en Miriam nog tegen. Op de camping aangekomen vond Rudy dat we best in een hutje konden slapen, aangezien mijn matje lek was, vond ik dat geen ramp. Dit was ook de dag dat het EK begon, dus zochten we voor het avondeten een pub op met voetbal aan. Later die avond ging ik nog met Jörg een biertje in diezelfde pub drinken en de wedstrijd van Duitsland bekijken.

Uitzicht van een heuvel vlak voor InveroranDe volgende dag gingen we op pad naar Inveroran. In Bridge of Orchy kwamen we Jörg en Miriam weer tegen, waar we de rest van de etappe mee liepen. Op het hoogste punt van de route, vlak voor Inveroran, kwamen we ook Ian en Janet tegen, wat een erg gezellig laatste stukje lopen opleverde. Met z’n allen zetten we de tenten even na het hotel op, op een veldje langs een ondiep riviertje. Gelukkig is het weer goed, want het schijnt dat het daar kan overstromen als het erg veel regent. De maaltijd maakten we deze keer op de gasbrander, maar voor het biertje dwaalden we toch af naar het hotel, waar we ook, na enig slijmen bij de barvrouw, de voetbalwedstrijd op een heel klein scherm mochten kijken.

Geweldig wakker worden, zo'n uitzichtToen we wakker werden, werden we getrakteerd op een geweldig uitzicht: laaghangende wolken om de bergen heen. Het weer begon goed, maar al snel werd het bewolkt. Het landschap waar we doorheen liepen was erg uitgestrekt en we waren gewaarschuwd dat als we van het pad af zouden wijken, dat we nog wel eens tot de knieën konden wegzakken. Gelukkig was het een breed pad :-).

Al snel werd het wat druilerig en toen Kings House in zicht kwam, we stonden toen nog boven aan het hoogste punt van de etappe, werd de wind ook erg hard. Met de wind kwam Rudy helemaal los en ik zat er een beetje doorheen. Eerder waren we Ian en Janet al tegen gekomen, die me verteld hadden dat ze warme chocolademelk hadden bij Kings House, dus daar aangekomen hebben we dat maar meteen besteld. Het weer is wat minder :(Even later druppelden ook de andere twee stellen binnen, maar verslechterde helaas ook het weer. Bij Kings House is het alleen maar mogelijk om wild te kamperen, maar het veld was enorm ongelijk, sompig en de mensen die probeerden hun tent op te zetten waaiden zo’n beetje weg. Ian en Janet hadden lang van te voren al een kamer geboekt, maar Jörg, Miriam en wij hadden niet echt zin om te wildkamperen. Dus vroegen we de dame bij de receptie een taxi voor ons te regelen en gingen we naar de dichtsbijzijnde jeugdherberg, die avond hebben we voetbal, Nederland moest spelen, dus ik kon het niet missen, gekeken in een inn enkele kilometers lopen en ’s ochtends weer terug met de taxi naar Kings House.

Het was zover, de beruchte Devil’s Staircase stond op het programma. Het weer werd gelukkig snel beter en de pijn die ik aan de bovenkant van m’n voet had kon ik prima negeren. Het veenlandschap rondom Kings House maakte snel plaats voor bergen en ik keek echt uit naar de beklimming. Boven aan Devil's StaircaseDaar aangekomen begon het rustig, maar al gauw werd het stijler. Ik vind niet dat de Staircase niet helemaal zijn naam heeft verdiend, het is goed te doen, maar je voelt het wel in de benen.

De afdaling richting Kinglochleven was erg makkelijk en het uitzicht was geweldig, alleen het laatste stukje waar je echt het dal in gaat is erg vervelend, ook omdat hier om de haverklap bouwverkeer langs kwam. Hier begon ook mijn voet weer op te spelen, maar het was niet ver meer tot de camping. In het dorp hebben we wat gegeten en het voetbal helaas gemist.

Toen was het tijd voor de laatste etappe van de WHW, op naar Fort William! Met een paar pijnstillers op was het prima te doen, helaas was het pad enorm saai en het laatste stuk over de stoep langs de weg. Het einde!Het einde van de WHW is direct naast een rotonde geplaatst, alsof ze je niet de stad zelf in willen hebben. Maar we hebben het gehaald! Honderdenvijftig (152 om precies te zijn) kilometer gelopen in negen dagen, niet slecht voor onze eerste echte lange wandeltocht.

Op de weg naar de camping kwamen we Ian en Janet tegen, die ons de tip gaven om even bij de Ben Nevis Inn te vragen of ze nog plek hadden. Dit zou enorm veel schelen in de afstand teruglopen, dus deden we dit en ze hadden plek! De Ben Nevis gingen we niet meer op, maar we hebben wel nog een gezellige avond met Ian en Janet gehad. Jörg en Miriam waren wel naar de camping gegaan en die zouden we waarschijnlijk niet meer zien.

De West Highland Way was gelopen, maar onze vakantie was nog niet voorbij. Ik zal hier echter niet veel woorden aan vuil maken, want eerlijk gezegd, en daar ben ik deze vakantie dus achter gekomen, vind ik steden bekijken veel minder leuk dan lopen door de natuur en mooie landschappen.

Saluut aan de britse koninginIn Stirling hebben ze een jeugdherberg in een prachtig gebouw, hier hebben we twee nachten geslapen. Tijdens de volle dag dat we daar waren hebben we Stirling Castle bekeken.

Toen we daar net weg wouden gaan, hoorden we onze namen. Wat bleek, Jörg en Miriam waren ook net in Stirling en kwamen net het kasteel bekijken. Van hen hebben we dus ook nog even afscheid kunnen nemen. ’s Avonds hebben we Nederland – Frankrijk gekeken in een echte sportbar, waar ook veel fransen waren. Dat gaf toch wel enige voldoening :-).

Het schots parlementNa Stirling gingen we naar Edinburgh, waar ze vele jeugdherbergen hebben en waar er ook vele van vol waren. Gelukkig vonden we een die nog plek had en waar we drie nachten konden blijven. Het was een lichtelijk alternatieve toko, maar wel gezellig.

In Edinburgh hebben we natuurlijk het kasteel weer bekeken, een erg afgezaagde whisky tour gedaan, maar de winkel die er bij zat is wel het Walhalla van alle whiskydrinkers, volgens mij zijn alle whiskies die in Schotland geproduceerd worden daar te verkrijgen en we hebben een tour gehad door het schotse parlement. Hier werd helaas mijn mes ingenomen door de politie, want die bleek illegaal te zijn in Schotland. Gelukkig deden ze niet moeilijk, want ik was toch maar een toerist.

De laatste poulewedstrijd van Nederland keken we in een gezellige pub. De bediening hadden we gedeeltelijk mee, ze waren niet allemaal voor Nederland, maar de leukste wel ;-).

Op SchipholEn toen zat onze vakantie er weer op, terug naar Nederland, weer naar huis. Nog een paar dagen vrij om bij te komen en toen weer een hele week aan het werk voor het zomerkamp begon, maar daarover later meer.